|
In het oude Rome kende men tussen 21 december (sol invictus) en
21 maart (lenteviering) een reeks feesten, waarvan we in het
christendom veel van deze oude elementen terugzien. Sommigen
menen dat carnaval is ontstaan uit een feest dat de Romeinen
voor het begin van de christelijke jaartelling vierden. Anderen
beweren, dat carnaval ontstaan zou kunnen zijn uit een Germaans
offerfeest waarmee de komst van de lente werd gevierd.
Later in de geschiedenis zien we dat carnaval, beter gezegd
Vastenavond, door het christendom officieel vastgesteld is, dat
gevolgd wordt door de vasten (tijd van boetedoening en
versterving), te beginnen op Aswoensdag.
Eigenlijk is carnaval een mix van de
Romeinse feesten en Germaanse offerfeesten, dat later weer in
een christelijk jasje werd verpakt.
De oorsprong van het woord Carnaval is ook al onzeker, maar
waarschijnlijk is, dat het woord is afgeleid van 'carne levare',
dat 'opruimen of wegnemen van het vlees' betekent, dat
betrekking heeft op de vastenperiode waarin de rooms-katholieken
geen vlees eten.
In Nijmegen werd al ver voor de vijftiende eeuw Vastenavond
gevierd, dat
in de late Middeleeuwen uit tot een waar volksfeest uitgroeide.
Het feest bestond in hoofdzaak uit overvloedig eten en drinken.
Ook ging men al verkleed in allerlei vermommingen en waren er
optredens met komische toneelstukjes, liederen en een optocht
met wagens, dit alles met een mengeling van
spotternij, dus een prima gelegenheid voor de uiting van het
maatschappelijk ongenoegen.
Helaas liep het Vastenavondfeest regelmatig uit de hand,
waardoor
het een negatief imago kreeg,
zodat er vanaf de vijftiende tot in de achttiende eeuw bijna
jaarlijks een verbod op de Vastenavondviering werd afgekondigd.
Dronkenschap, onbeschaamdheid en ongeregeldheden waren de
hoofdoorzaken. Later, door de invloed van het protestantisme,
was er vanaf de achttiende eeuw tot halverwege de negentiende
eeuw helemaal geen Vastenavondviering in het openbaar meer. |